Ga naar de inhoud

Shambhala-krijgerschap - Nieuw project

Menu overslaan
CAMELOT MAGAZINE
Title
Menu overslaan
SHAMBHALA-KRIJGERSCHAP


De  Shambhala-traditie heeft als basis menselijke wijsheid die ertoe kan bijdragen conflicten en problemen in de wereld op te lossen. Deze  wijsheid is niet het eigendom van een specifieke cultuur of religie,  noch is zij puur oosters of puur westers. Veeleer betreft het een  traditie van krijgerschap zoals die door de eeuwen heen in vele culturen  heeft bestaan.
In 1986 verscheen bij uitgeverij Servire Shambhala – de Weg van de krijger, de Nederlandse vertaling van Shambhala - The sacred path of the warrior van Chögyam Trungpa. Hij schrijft:

“De  afgelopen zeven jaren heb ik een serie ‘Shambhala-leringen’  gepresenteerd waarin het beeld van het Shambhala-koninkrijk wordt  gebruikt om het ideaal van wereldlijke verlichting weer te geven, dat  wil zeggen: de mogelijkheid ons persoonlijke bestaan en dat van anderen  op een hoger peil te brengen zonder de hulp van een religieuze  levensopvatting. Want de Shambhala-traditie kent, hoewel ze teruggaat op  de gezondheid en zachtheid van de boeddhistische traditie,  tegelijkertijd haar eigen onafhankelijke basis, namelijk het rechtstreeks cultiveren van wie en wat wij zijn als mensen. Vanwege de  grote problemen waarmee de menselijke samenleving op het ogenblik wordt geconfronteerd, wordt het steeds belangrijker te zoeken naar eenvoudige en niet-sektarische wegen om met onszelf te werken en ons begrip met anderen te delen. De Shambhala-leringen of de Shambhala-visie, zoals  deze benadering in ruimere zin wordt genoemd, is een dergelijke poging een heilzaam bestaan voor onszelf en anderen te bevorderen”.
 
Angst maakt egoïstisch

“De  sleutel tot het krijgerschap en tevens het eerste principe van de  Shambhala-visie is dat we geen vrees hebben voor wie wij zijn.  Uiteindelijk is dat ook de definitie van moed: niet bang zijn voor  onszelf. De Shambhala-visie leert ons dat we, met het oog op de grote  problemen in de wereld, zowel heldhaftig als vriendelijk kunnen zijn. De  Shambhala-visie is het tegenovergestelde van egoïsme. Angst voor onszelf en voor de wereld, die ons lijkt te bedreigen, maakt ons uitgesproken egoïstisch. We bouwen het liefst ons eigen kleine nestje, onze cocon, waarin we veilig ons leventje kunnen leiden. We kunnen evenwel veel moediger zijn. We moeten trachten verder te denken dan eigen  huis en haard, verder dan het 's ochtends naar school sturen van onze  kinderen of naar ons werk zien te komen. We  moeten ons afvragen hoe we  deze wereld kunnen helpen. Als wij het niet doen, doet niemand het. Nu is het onze beurt om de wereld te helpen. Dit betekent echter niet dat  we nu ons eigen persoonlijke leven in de steek moeten laten. We hoeven niet onmiddellijk weg te snellen om burgemeester van onze stad te worden of minister-president om anderen van dienst te zijn. We zouden bij onze familie, vrienden en de mensen om ons heen kunnen beginnen. Belangrijk is dat we beseffen dat we nooit vrijaf hebben. We kunnen nooit zomaar ons gemak ervan nemen, want de wereld heeft onze hulp nodig”.
 
Niet nog een theorie waartoe de wereld moet worden bekeerd

“Ofschoon  ieder van ons de verantwoordelijkheid heeft de wereld te helpen, is het  mogelijk dat we meer chaos veroorzaken als we onze ideeën of onze hulp aan anderen proberen op te leggen. Veel mensen hebben theorieën over wat de wereld nodig heeft. Sommigen menen dat de wereld communisme nodig  heeft: anderen vinden dat de wereld democratie behoeft; er zijn er die denken dat de technologie de wereld zal redden, terwijl weer anderen  juist de mening zijn toegedaan dat de technologie de wereld te gronde zal richten. De Shambhala-leringen zijn niet nog weer een theorie waartoe de wereld moet worden bekeerd.  De Shambhala-visie stelt dat, willen we een verlichte samenleving voor  anderen tot stand brengen, we dienen te onderzoeken wat wij vanuit  onszelf de wereld te bieden hebben. We moeten dus om te beginnen, de  moeite nemen onze eigen ervaring te onderzoeken om uit te vinden wat daarin van waarde is, dat kan helpen de kwaliteit van ons eigen bestaan en dat van anderen te verbeteren”.
 
Ervaringen van goedheid
 
“Als  wij bereid zijn onbevooroordeeld naar onze ervaringen te kijken, dan zullen we ontdekken dat, ondanks al onze problemen en onze verwarring,  ondanks al onze emotionele en psychologische ups en downs, er iets  fundamenteel goed is aan ons bestaan als mensen. Tenzij we deze basis van goedheid in ons leven ontdekken, hoeven we er niet op te hopen dat  we het leven van anderen kunnen verbeteren. Als wij er zelf enkel ellendig en beroerd aan toe zijn, hoe kunnen wij ons dan ooit een  voorstelling maken van een verlichte samenleving, laat staan haar realiseren? Werkelijke goedheid ontdekken we wanneer we doodgewone  ervaringen weten te waarderen. We hebben het hier niet over hoe goed het voelt om een miljoen gulden te verdienen, om eindelijk af te studeren of een nieuw huis te kopen, maar over de fundamentele goedheid van het in leven zijn - die niet afhankelijk is van wat we bereikt hebben of van de vervulling van onze wensen. We hebben voortdurend vluchtige  ervaringen van goedheid maar vaak herkennen wij deze niet als zodanig. Wanneer we een heldere kleur zien, zijn we getuige van onze eigen,  inherente goedheid. Wanneer we een prachtig geluid horen, dan horen we  onze eigen fundamentele goedheid. Als we onder de douche vandaan stappen, voelen we ons verfrist en schoon en als we een bedompte kamer verlaten, appreciëren we een plotselinge vlaag van frisse lucht. Deze  gebeurtenissen spelen zich weliswaar in een fractie van een seconde af, maar het zijn echte ervaringen van goedheid. Wij ervaren ze voortdurend,  maar gewoonlijk doen we ze af als alledaags of als zuiver toevallig. Volgens de Shambhala-principes echter, is het de moeite waard deze  momenten te zien voor wat ze zijn en ze te benutten, want ze onthullen  de fundamentele non-agressie en frisheid in ons leven - fundamentele  goedheid”.

Het  vermogen onszelf wakker te schudden
 
“Ieder  mens heeft van nature fundamentele goedheid, puur en onvertroebeld,  Deze goedheid bevat ongelooflijk veel zachtheid en waardering. Wij als mensen zijn in staat de liefde te bedrijven. We zijn in staat iemand teder te strelen; we zijn in staat iemand vriendelijk en vol begrip te  kussen; we zijn in staat schoonheid te waarderen. We zijn in staat het  beste dat deze wereld te bieden heeft te waarderen. We kunnen haar levendigheid waarderen, het gele van geel, het rode van rood, het groene van groen, het paarse van paars. Onze ervaring is echt. Geel is geel;  kunnen wij dan zeggen dat het rood is omdat wij niet van het gele  houden? Dát zou in tegenspraak met de werkelijkheid zijn. Kunnen wij de  zonneschijn afwijzen en zeggen dat het iets vreselijks is? Kunnen we dat werkelijk? Als er stralende zonneschijn is of prachtige sneeuwval, waarderen we dat. En als wij de werkelijkheid waarderen, kan zij op haar  beurt weer op ons inwerken. Het kan voorkomen dat we na slechts een  paar uur slaap er  's ochtends vroeg uit moeten, maar als we uit het raam kijken en de zon schijnt dan kan dat ons opfleuren. We kunnen ons daadwerkelijk van onze depressie genezen als we erkennen dat deze wereld  van ons goed. Het is niet zomaar een willekeurig idee dat de wereld  goed is: ze is goed omdat we haar goedheid werkelijk kunnen ervaren. We  kunnen onze wereld als gezond en ongecompliceerd, als direct en echt ervaren omdat het in onze diepste aard ligt mee te gaan met de goedheid  van situaties. Het potentieel aan intelligentie en waardigheid van de  mens harmonieert met ervaringen als die van een stralende, helderblauwe  hemel, van de frisheid van groene velden en van de schoonheid van bomen  en bergen. We hebben een duidelijke band met de werkelijkheid die ons  wakker kan schudden en ons fundamenteel goed doet voelen. De  Shambhala-visie is dat we ons afstemmen op ons vermogen onszelf wakker te schudden en te zien dat goedheid in ons kan gebeuren. In feite  gebeurt het nu al”.

Met beide benaderingen is iets mis
 
“Er  blijft echter een vraag bestaan. Misschien hebben we een oprechte band  tot stand gebracht met onze wereld: een glimp zonneschijn opgevangen,  heldere kleuren gezien, goede muziek gehoord, lekker gegeten of wat dan  ook. Maar wat is de relatie van een glimp van goedheid tot de stroom van  ervaringen? We denken misschien: ’Ik wil die goedheid, die in mij en in  de waarneembare wereld is, in mijn bezit hebben’. Dus rennen we van hot naar haar om op de een of andere manier die goedheid te bemachtigen. Of  we zeggen - nog wat primitiever: ‘Hoeveel kost dat?  Die  ervaring was zo prachtig, die moet ik hebben’. Het fundamentele  probleem bij een dergelijke benadering is dat we nooit tevreden zullen zijn, zelfs al krijgen we wat we willen. Want we willen nog steeds zo graag. Dat soort wanhoop kom je tegen als je gaat  wandelen op Fifth Avenue in New York. Je zou kunnen stellen dat mensen  die op Fifth Avenue winkelen een goede smaak hebben en dus ook de  mogelijkheid bezitten om menselijke waardigheid te realiseren. Maar van  de andere kant lijkt het alsof ze een pantser dragen. Ze willen alsmaar  meer en meer hebben.
 
Daarnaast is er de benadering van overgave of het onszelf  bescheiden opstellen om met goedheid in contact te komen. Iemand zegt tegen ons dat hij ons gelukkig kan maken als wij maar ons leven willen geven aan het doel dat hij zich heeft gesteld. Als we geloven dat deze persoon de  goedheid bezit die wij willen hebben, zijn wij bereid onszelf kaal te scheren, een monnikspij aan te trekken, over de vloer te kruipen, of met  onze handen te eten - alles om maar in contact te komen met goedheid.  We zijn bereid onze waardigheid te verpatsen en een slaaf te worden.
 
De  beide hierboven geschetste benaderingen zijn pogingen om iets goeds, iets echts terug te krijgen. Zijn we rijk, dan zijn we bereid er duizenden guldens aan uit te geven. Zijn we arm, dan zijn we bereid ons hele leven eraan te wijden. Met beide benaderingen is evenwel iets mis”.  

De diamanten-waarheid
 
In 2017 verscheen Chögyam Trungpa, the pocket. Een compilatie van teksten van Trungpa bijeenverzameld door Carolyn Rose Gimian. Pagina 99 gaat over The wisdom of Shambhala:
 
De  beste dokter van alle dokters, het beste medicijn van alle medicijnen en de beste technologie van alle technologieën gaan je niet redden. De  beste adviseurs, de beste bankleningen en de beste verzekeringen doen dat ook niet. Technologie, financiële hulp, je intelligentie of  uitstekende denkvermogen van welke aard dan ook – niets zal je redden.  Dat lijkt misschien een sombere waarheid, maar het is de echte waarheid. In de boeddhistische traditie wordt dit de vajra-waarheid genoemd, de diamanten waarheid, de waarheid die je niet kunt ontlopen of vernietigen.
 
We  kunnen ons leven helemaal niet ontlopen – jong of oud, rijk of arm. Wat  er ook gebeurt. We behoren de waarheid onder ogen te zien – niet eens de uiteindelijke waarheid, maar de  echte waarheid van ons leven. We zijn hier; daarom behoren we te leren hoe we verder gaan met ons leven. Deze waarheid noemen we de wijsheid van  Shambhala. (p. 99).
 
De gevoeligheid van de krijger
 
Als  de krijger zich niet alleen en bedroefd voelt, kan hij of zij heel  gemakkelijk worden gecorrumpeerd. In feite is zo iemand misschien  helemaal geen krijger. Om een goede krijger te zijn, dient men zich  bedroefd en alleen te voelen, maar tevens rijk en vindingrijk.
 
Deze  toestand maakt de krijger ontvankelijk voor elk aspect van de  verschijnselen: voor beelden, geuren, geluiden en gevoelens. In die zin  is de krijger ook een kunstenaar, die alles wat er in de wereld gebeurt waardeert. Alles is buitengewoon levendig. Het rammelen van je harnas, of het geluid van regendruppels op je jas klinkt erg luid. Het fladderen van af en toe een vlinder om je heen is bijna een verstoring, omdat je zo gevoelig bent (p 86).
 
Onze loyaliteit verplaatsen
 
We  kunnen onze bekrompen strijd of veiligheid inruilen voor een veel bredere visie, een visie van onbevreesdheid, openheid en oprechte  heldhaftigheid (p. 76).
 
Laat de dingen hun gang gaan
 
Als je iets meemaakt en die ervaring vervolgens ontkent, creëer je een afstand tussen kennis daarover en  jezelf, waardoor die ervaring zijn eigen gang gaat.
 
Ontkenning  is als gist in het fermentatieproces. Dat proces zorgt voor een gemoedstoestand waarin je begint te leren en op de juiste manier te  voelen (p. 63).
 
Moed roept magie op
 
Ware magie is de magie van de werkelijkheid, zoals die is: aarde van aarde, water van water - communiceren met de elementen zodat ze in zekere zin één met je worden.
 
Als  je moed ontwikkelt, maak je verbinding met de elementaire kwaliteit van  het bestaan. Moed begint je bestaan te verrijken. Dat wil zeggen, de  schitterende en authentieke kwaliteiten van je omgeving en van jezelf  worden naar boven gehaald (p. 62).
 
Waarheid is als een donderslag
 
We  raken volledig in verlegenheid wanneer we de waarheid beginnen te ontdekken. Het is verkeerd om te denken dat de waarheid fantastisch en mooi zal klinken, zoals een fluitsolo klinkt.
 
De  waarheid is eigenlijk als een donderslag. Het maakt je wakker en doet  je twee keer nadenken of je in de regen moet blijven staan of naar  binnen moet gaan. Waarheid is provocerend (p. 55).
 
Belachelijk medeleven
 
Belachelijke  compassie is het idee dat je goed wilt doen. Natuurlijk moet je volgens de mahayana-leer van het boeddhisme alles voor iedereen doen; er  komt geen selectie aan te pas. Maar dat betekent niet dat je altijd  zachtaardig moet zijn. Je zachtaardigheid behoort een hart en kracht te  hebben.
 
Om  te voorkomen dat je medeleven verandert in belachelijk medeleven, is  het nodig je intelligentie te gebruiken. Anders zou er sprake kunnen  zijn van zelfgenoegzaamheid, waarbij je denkt dat je een medelevende situatie creëert, terwijl je in feite de agressie van de ander  aanwakkert.
Als je naar een winkel gaat en de winkelier bedriegt je, en je gaat terug en laat je opnieuw bedriegen, dan lijkt dat niet bijster goed uit te pakken voor  anderen (p. 44).
 
Shambhala, de weg van de krijger, Chögyam Trungpa, Servire, 1984
the pocket Chögyam Trungpa, compiled and edited by Carolyn Rose Gimian, Shambhala, Boulder, 2017
 


Chögyam Trungpa, in 1939 in Tibet geboren, werd op jonge leeftijd erkend als een belangrijke gereïncarneerde leraar of tulku in de Kagyu-traditie van het Tibetaans boeddhisme. Hij was de elfde in lijn die bekend staat als de Trungpa Tulku's.
Trungpa behoorde tot de laatste generatie die in Tibet een volledige  opleiding in de boeddhistische leer ontving. In 1959 was hij gedwongen  te vluchten voor het communistische Chinese leger dat Tibet was  binnengevallen. De helse tocht over de Himalaya  naar de vrijheid duurde tien maanden.
 
Na een aantal jaren in India,  emigreerde Trungpa naar Engeland, waar hij van 1963 tot 1967 studeerde  aan de Universiteit van Oxford en waar hij samen met Akong in 1967 op  verzoek een in verval geraakt boeddhistisch centrum in Schotland  overnam. Ze transformeerden het centrum in Samye Ling Meditatiecentrum,  de eerste Tibetaans boeddhistische organisatie in het Westen. Na een ernstig auto-ongeluk in 1969, legde Trungpa Rinpoche zijn monnikspij af  en werd hij spiritueel leraar teneinde directer met westerse studenten te kunnen communiceren. In  januari 1970 trouwde hij met Diana Judith Pybus; kort daarna emigreerde  hij naar Noord-Amerika, waar hij bleef tot aan zijn dood in 1987.  
Trungpa  richtte diverse meditatiecentra op in Noord-Amerika alsmede de Naropa  University in Boulder, Colorado – de eerste door het boeddhisme geïnspireerde universiteit in Noord-Amerika. Vervolgens in 1977 de Shambhala Training, om de Shambhala-traditie van krijgerschap aan een breed publiek te presenteren. Trungpa schreef vele  boeken over boeddhisme, meditatie en het Shambhala-krijgerschap. Hij overleed in 1987 in Halifax, Canada.

Born in Tibet,  door Chögyam Trungpa, The eleventh Trungpa Tulku, as told to Esmé Craer  Roberts. With a Foreword by Marco Pallis, George Allen & Unwin,  Londen,1966. Tweede druk 1968. Meerdere herdrukken volgden, met een  herzien Voorwoord.

©  Alexandra Gabrielli
Terug naar de inhoud