B. VAN DER MEER
(1892 – 1973)
(1892 – 1973)
‘Een gezondene onder de mensen’’
Door Alexandra Gabrielli

B. van der Meer, gefotografeerd in het laatste jaar van zijn leven
In 1971 vertelde hij in een interview dat de hang naar drugs bewijst dat het elementaire in het leven ontbreekt. Aan het slot van hetzelfde interview*) in Jeugdwerk Nu vroeg Jos Dumont hem welk advies hij de jonge mensen zou willen meegeven. Antwoord: “Dat zij blijven uitzien naar een ontmoeting, die verhelderend in hun leven werken zal en die hen tot een ruimer bewustzijn voert. Als je die ontmoeting wilt, dan komt ze”. Het advies is vijfenvijftig jaar later nog steeds geldig. We leven immers in een tijd van bewustzijnsvernauwing. Een verhelderende ontmoeting is meer dan welkom, want de meeste zijn nogal voorspelbaar en blijven hangen in clichés. De jeugd verdient een betere wereld dan de huidige.
Regelmatig scheef Van der Meer over de individuele geestelijke gestalte: “Je leven is je eigen leven en we weten wel dat het is wat je ervan maakt. Maar je maakt niets van het leven, je kunt het gemakkelijk bederven. Ontdek wat de oorspronkelijke waarde en kwaliteit ervan is. Hoe heerlijk het is, hoe lichtend en stralend. Hoewel er natuurlijk veel mensen zijn die beweren dat het gemeen, laag en voos is. Toch verzeker ik je, mijn beste, dat dat niet het leven is”.
“De weg naar de mystiek is een persoonlijke weg”
Barend van der Meer – beter bekend onder zijn naam B. van der Meer waarmee hij in de openbaarheid trad - werd mysticus genoemd: “De weg naar de mystiek is een persoonlijke weg”, zei hij. Van der Meer, wonend on Amsterdam, gaf lezingen – ook wel ‘voordrachten’ genoemd - in o.m. Amsterdam en Den Haag - schreef artikelen en gaf mensen psychologische adviezen ‘zonder enig academisch brevet’. Toen ik hem enkele maanden voor zijn overlijden vroeg waarom hij niet ophield met adviezen geven aan mensen die erom vroegen, antwoordde hij: ”Je wilt niet weten wat zich allemaal achter de voordeur afspeelt”.
Uit ’t sterflijke tot vrijheid losgebonden
Nu ‘k Hem in mij, in Hem mij heb gevonden:
Zoo ga ik binnen in mijn koninkrijk.
Nu ‘k Hem in mij, in Hem mij heb gevonden:
Zoo ga ik binnen in mijn koninkrijk.
Onvermoeibaar, tot het eind van zijn leven bleef Van der Meer aandacht vragen voor de innerlijke verandering.
Iemand die regelmatig de lezingen in Amsterdam bijwoonde, vertelde me dat Van der Meer op een van de laatste zondagmorgenbijeenkomsten aan het begin een diepe zucht slaakte en zei: Waar zal ik het eens over hebben vandaag? Wat willen jullie? Het leek alsof hij moe was geworden, zich afvragend of wat hij te vertellen had wel doordrong tot de toehoorders. Hij wilde duidelijk maken dat het leven anders in elkaar zit dan wij denken. Dat er een ander bestaan is dan het schijnbestaan of het surrogaatleven waaraan we ons vastklampen.
Ik herinner me een gesprek in de eerste helft van de jaren zeventig naar aanleiding van berichten over de Russische schrijver Alexander Solzhenitsyn. We hadden het over gevangenschap, werkkampen en staatsdwang. Van der Meer zei toen iets, waarop ik reageerde met te zeggen dat ze daar “dan wel in dubbele gevangenschap moesten leven”.
Hij moest lachen om wat ik zei, maar ik voelde dat ik niet helemaal goed had begrepen wat hij nu precies bedoelde. Jaren later begreep ik het wel. Het gaat om je verlossen van de wereld van de schijn, van de verstarde dogma’s en opgedrongen overtuigingen. Het gaat om bewustwording van de waarheid van de werkelijkheid.
Hij moest lachen om wat ik zei, maar ik voelde dat ik niet helemaal goed had begrepen wat hij nu precies bedoelde. Jaren later begreep ik het wel. Het gaat om je verlossen van de wereld van de schijn, van de verstarde dogma’s en opgedrongen overtuigingen. Het gaat om bewustwording van de waarheid van de werkelijkheid.
De drang naar waarheid
“In veel mensen slaapt de drang naar waarheid. Zij zoeken liever het geheim van de waterstofbom dan dat der waarheid. Overigens begaat men de fout die eerst van een ander te willen vernemen. Men doorworstelt bergen lectuur om maar een greintje waarheid op het spoor te komen en de meeste mensen, vermoeid van al dat zoeken, stellen zich dan maar tevreden met een surrogaat. Zij noemen dat: hun overtuiging of dogma. Zij belijden een bepaalde geloofsvorm en bevinden zich daar tamelijk wel bij zolang zij innerlijk nog slapen.
Hier is echter sprake van de waarheid als een vrijmakende kracht. In de bijbel staat: De waarheid zal u vrij maken. De mens weet alleen niet hoe hij aan waarheid kan komen”.
Deze woorden schreef Van der Meer in het artikel Zelfbeleving, verschenen in het tweede nummer van de 1e jaargang (1950) van Oud Nieuws, tijdschrift voor vrij geestelijk leven. Over het Zelf, dat ook wel het hogere Ik, het zuivere Ik of het transcendentale Ik wordt genoemd, schrijft hij:
Deze woorden schreef Van der Meer in het artikel Zelfbeleving, verschenen in het tweede nummer van de 1e jaargang (1950) van Oud Nieuws, tijdschrift voor vrij geestelijk leven. Over het Zelf, dat ook wel het hogere Ik, het zuivere Ik of het transcendentale Ik wordt genoemd, schrijft hij:
“Het Zelf is de vorm der levenseenheid die in potentie in ieder mens aanwezig is. Alleen is het de moeilijkheid zijn onbetwijfelbare substantie te ontdekken. Het denken verschaft ons die zekerheid niet, want het denken omvat niet leven dat het Zelf is.
In het denken is geen zekerheid. Het is een zich voortdurend veranderende voorstelling van de levensinhoud waarvan de gestalten als een film aan ons voorbij gaan. Het denken kan zonder twijfel bijdragen om de weg naar het Zelf vrij te maken, want wij kunnen er ons door middel daarvan rekenschap geven van onze verborgen motieven en drijfveren. Als de mens de kunst verstaat in zijn denken de verbinding te onderhouden met de gewaarwordingen in de ziel, met zijn gevoelens en intuïtie, dan kan hem dat van groot nut zijn. Maar op die wijze wordt het Zelf niet gevonden,
Het Zelf is een verborgenheid. Het is van een eeuwige, universele substantie en kan maar op één manier worden gekend: door het te beleven. Het is dan ook niet mogelijk dat de ene mens het Zelf aan de andere vermag te ontsluieren. Was het mogelijk, dan zou hij het verliezen. Wie eens het Zelf gevonden heeft blijft in het Zelf en kan niet anders dan het Zelf zijn.
Hoe eenvoudig dit ook alles klinkt, het blijft zeldzaam het Zelf te vinden. Wel kan men zeker weten het gevonden te hebben want het gaat gepaard met de ervaring van iets onveranderlijks – in kwaliteit en potentie. Het is het enige dat betrouwbaar is. Het is het volstrekt ware en daarom laat het zich nooit mededelen. Er is geen begrip waarin het zich laat bevatten en het is meer dan alle uitingswijze van zichzelf. Daarom noemde Lao tse het: Tao, eeuwig en onnoembaar. Het zachtste ter wereld dat het hardste doordringt
(…)
(…)
Aldus is het Zelf een wonderbaarlijk kleinood, het kristal der ziel, bij machte het licht van de ongevormde Godheid op te vangen en deze kracht vorm te geven in lichtgestalte. Men zou kunnen zeggen: in het Zelf kristalliseert de goddelijke substantie uit als een zich voortdurend vernieuwende levensvorm. Zoals een fontein een zich voortdurend vernieuwende vorm is van water.
(…)
Wanneer wij aan waarheidsdrang beantwoorden is er een mogelijkheid het Zelf te ontdekken. Deze drang is de mens ingeboren, ja, de oorzaak van al zijn leven en sterven.
(…)
Waarheid die slechts als een begrip te hanteren is, heeft weinig waarde. Zij moet in staat zijn ons werkelijk vrij te maken, d.w.z. ons een vorm te verschaffen waarin wij ons vrij gevoelen omdat we haar tot onze beschikking hebben. Want die mens is waar die zijn gehele levensvorm, ook zijn lichaam, kan gebruiken als manifestatie van wat hij Zelf is.(…)
Wanneer wij aan waarheidsdrang beantwoorden is er een mogelijkheid het Zelf te ontdekken. Deze drang is de mens ingeboren, ja, de oorzaak van al zijn leven en sterven.
(…)
Wanneer de levensvorm in het gedrang komt, kan de mens niet waar zijn. Hij is niet vrij en vertegenwoordigt daardoor iets anders dan zichzelf”.
Angsten die de mens tot leugenaar en slaaf maken
Van der Meer wijst op de ontelbare invloeden die de mens van het Zelf verwijderen, de machten en krachten van de aarde: affecten, lust, verslaving, geldzucht en (verborgen) angsten die de mens tot leugenaar en slaaf maken. Angst is de grootste vijand van de mens. Maar dit alles kan de mens niet beletten innerlijk de waarheid te leren zien en voeling te houden met dat wat hij Zelf is en daardoor bij voortduring deel te hebben aan een innerlijk weten dat hem niet meer behoeft te verlaten.
Als we lezen over geestelijke waarden en we zijn uitgerust en niet geremd door vermoeidheid, kunnen we de dingen veel beter in ons opnemen. Want innerlijke vermoeidheid die veel voorkomt, brengt remmingen teweeg waardoor het ons niet mogelijk is van binnen te reageren. We raken afgestompt. In dat geval zegt ons wat we lezen niets, en zijn we geneigd het uit tegenzin te verwerpen en dat te wijten aan wat we lezen.
In 1961 schreef hij het essay Over het loon der deugd en de straf der zonde. Het begint zo: “Voordat ik u over deugd en zonde ga schrijven die ieder het loon en de straf in zich dragen, moet ik mij door een berg van vooroordelen heen worstelen. Want loon en straf zijn de steunpilaren van het gezag en in het dagelijks maatschappelijk leven zowel als in de opvoeding worden deze machtsmiddelen gebruikt om de goede gang van zaken te handhaven. Wij weten wel dat die goede gang nogal eens te wensen overlaat en deze middelen in hun uitwerking veel tekort schieten. Straf is eigenlijk een juridisch begrip, maar het is zo ingeburgerd dat wanneer iemand narigheid overkomt, hij in vele gevallen denkt dat het een straf is voor een of andere vorm van misdrijf of nalatigheid. Een mens wordt gauw verleid tot bijgeloof zodat ook de mening heerst dat als je niet deugdzaam bent je hiervoor door God wordt gestraft, als het dan niet hier is dan wel na je dood. Dit laatste duidt dan op een toestand waarin de mens zonder zijn aardse lichaam niets meer in te brengen zou hebben en zijn ziel een prooi zou worden van al die verkeerde neigingen die hij nog in zijn vleselijk lichaam bijeen vermocht te houden.
Zo zou dan door een rechter van omhoog de ziel haar plaats aangewezen worden en zij zou op die wijze haar verdiende straf niet ontgaan.
Deze en dergelijke voorstellingen heersen bij vele mensen en zij zijn in staat de mensenkinderen zo te beangstigen dat alleen al die angst een prikkel wordt voor een deugdzaam leven. Niettemin, hoe deugdzaam ook, in zo’n geval hebben we de vijand altijd in ons eigen huis en dat is nl. de angst zelf, waaruit in werkelijkheid niets goeds voortkomt en die al een straf op zichzelf is.
(…)Deze en dergelijke voorstellingen heersen bij vele mensen en zij zijn in staat de mensenkinderen zo te beangstigen dat alleen al die angst een prikkel wordt voor een deugdzaam leven. Niettemin, hoe deugdzaam ook, in zo’n geval hebben we de vijand altijd in ons eigen huis en dat is nl. de angst zelf, waaruit in werkelijkheid niets goeds voortkomt en die al een straf op zichzelf is.
De onwetendheid is onze grootste schuld en zonde, en daaruit wordt alle angst geboren”.
Mediteren
Op 23 januari 1972 nam Van der Meer deel aan het NOS-televisieprogramma Zienswijze dat ging over de juiste techniek van meditatie. Het waren de jaren zeventig. Jonge mensen waren op zoek naar spiritualiteit en streefden naar bewustzijnsverruiming. Daartoe reisden ze naar landen in het Oosten – de ‘Hippy Trail’. Ze waren tegen blind geloof in autoriteiten en demonstreerden massaal tegen bijvoorbeeld de oorlog in Vietnam, of tegen de atoomboom en voor mensenrechten.
De beide andere deelnemende gasten aan het programma waren Helen Knopper, schrijfster van de dichtbundel Mijn grote liefde en J. van der Linden van de Meditatiegroep voor het Nieuwe Tijdperk die verbonden was aan de methode van de Italiaanse psychiater Roberto Assagioli, grondlegger van de psychosynthese. Op de diverse malen ongeduldig herhaalde vraag van presentator Jack van Belle iets te vertellen over de techniek van het mediteren, antwoordde Van der Meer dat er heel veel technieken zijn en veel wegen. Vervolgens gaat hij verder met te wijzen op een hogere, goddelijke kwaliteit in de mens die onvernietigbaar is. Maar Van Belle wil daarover niets horen en dringt aan uit te leggen “hoe het moet!”
Van der Meer: “Ja, pardon. Hij moet daar iets voor voelen. En als hij daar iets voor voelt, dan gaat hij daarmee leven en dan gaat hij als het ware ondervinden hoeveel begoochelende, vergankelijke, relatieve dingen er zijn die hem niet meer voldoen, juist omdat ze allemaal oplosbaar zijn en vernietigd kunnen worden”.
Van der Meer wilde duidelijk maken wat er kan gebeuren bij meditatie, dat er innerlijk zekerheden niet meer stabiel blijken, over het algemeen een pijnlijk proces. Maar Van Belle dringt nog eens aan en wil weten wat de mens moet doen om te mediteren. En dan zegt Van der Meer: “Leven. Hij moet leven, hij moet ondervinden”.
Maar het blijkt dat dit antwoord niet de bedoeling is.
“Dat is vaag”, reageert Van der Linden. En dan haakt mevrouw Knopper aan en gaat de techniek van het mediteren uitleggen, waarna de heer Van der Linden vervolgens begint over houding en ontspanning. Er wordt gewezen op de gevaren en dat het beter is onder begeleiding te mediteren. Van Belle vraagt tenslotte of Van der Meer nog iets wil toevoegen over die gevaren, waarop hij antwoordt: “Ja, wat die gevaren betreft, zou ik er nog aan willen toevoegen dat in ieder mens sterke verdringingen aanwezig zijn. Veel sterker dan hij zelf wel weet. En dat deze verdringingen plotseling tevoorschijn kunnen treden, soms met een geweld, dat hij zich daarin niet handhaven kan of dat hij zichzelf niet meer meester is, zodat juist wat hij bestrijdt of wat hij ontkomen wil, zich precies voltrekt”.
Maar het blijkt dat dit antwoord niet de bedoeling is.
“Dat is vaag”, reageert Van der Linden. En dan haakt mevrouw Knopper aan en gaat de techniek van het mediteren uitleggen, waarna de heer Van der Linden vervolgens begint over houding en ontspanning. Er wordt gewezen op de gevaren en dat het beter is onder begeleiding te mediteren. Van Belle vraagt tenslotte of Van der Meer nog iets wil toevoegen over die gevaren, waarop hij antwoordt: “Ja, wat die gevaren betreft, zou ik er nog aan willen toevoegen dat in ieder mens sterke verdringingen aanwezig zijn. Veel sterker dan hij zelf wel weet. En dat deze verdringingen plotseling tevoorschijn kunnen treden, soms met een geweld, dat hij zich daarin niet handhaven kan of dat hij zichzelf niet meer meester is, zodat juist wat hij bestrijdt of wat hij ontkomen wil, zich precies voltrekt”.
Over de gevaren van meditatie en de obstakels om echt te gaan leven in plaats van te blijven hangen in een danig afgekloven dagelijks leven, schreef Van der Meer in 1951: “De eigengereide gedachtewereld van haat en nijd, achterdocht en afgunst is ons grootste obstakel. Deze negatieve gedachten zijn steeds maar doende in de wereld der oorzaken vormen te scheppen die straks onze uiterlijke omstandigheden in de wereld zullen bewerkstelligen. Wat wij denken geloven wij, wat wij geloven zijn wij bezig te vormen”.
Bij meditatie gaat het dus om handhaven van het evenwicht dat gepaard gaat met een nietsontziende zelfkennis.
Bij meditatie gaat het dus om handhaven van het evenwicht dat gepaard gaat met een nietsontziende zelfkennis.
In de samenvatting van Van Belle aan het eind van zijn programma is mediatie “het verkennen van de innerlijke ruimte en het toegeven aan de drang van innerlijke vrijmaking”.
Verscheidenheid aan onderwerpen
Van der Meer heeft in zijn leven diverse tijdschriften opgericht: Licht en Waarheid (1927), Psycho-Synthese (1947), Oud Nieuws (1950), Waaiende blad (1963), De Hermiet (1970).
Om een idee te geven van de verscheidenheid aan onderwerpen, tevens van zijn lezingen, een greep: wil en bewustzijn, vrijheid en zelfstandigheid, spontaniteit en impulsiviteit, de kracht van het Zijn, de inhoud van de ziel, levenskunst, de onmacht van het geweld, de Faustische mens, natuurlijke oprechtheid, fasen van bewustwording, het geheim van de gouden bloesem, moderne psychologie: de droom, het boek De Golem van Gustav Meyrink, het Boek der veranderingen (I Tjing), het Tibetaanse Dodenboek, het Egyptische Dodenboek, de Tarot, kabbala en de levensboom, Dante’s Goddelijke Komedie, de Bergrede, ark en tabernakel, zelfoverwinning, vernietiging van angst, spiritisme, het lichaam en het Zelf, overwin uw horoscoop, de mystiek, de Perzische dichter Fariduddin Attar, karmische schimmen, de eeuwige gestalte in de mens, impuls en toeval, Oude Testament, Nieuwe Testament, de Koran, de Veda’s.
Het Thomas Evangelie
Regelmatig verschenen er in Waaiend Blad artikelen over het apocriefe Thomas Evangelie, een in 1945 in Egypte gevonden Koptisch manuscript. De tekst stamt waarschijnlijk uit de vierde eeuw.Het Thomas Evangelie bestaat uit een 114-tal in betekenis samenhangende uitspraken van Jezus, zg. logia, en heeft geen doorlopend verhaal zoals de canonieke evangeliën. In 1984 verscheen bij uitgeverij Mirananda in Wassenaar het boek Commentaar op het Thomas Evangelie van Barend van der Meer**) gebaseerd op de in de jaren zestig gepubliceerde uitvoerige commentaren bij de logia.
Een voorbeeld. Logon 50: “Jezus zeide: Als zij tot u zeggen: ‘Vanwaar zijt gij afkomstig’, zeg hun: ‘Wij zijn gekomen uit het Licht, waar het Licht uit zich zelf is ontstaan. Het stond en het openbaarde zich in hun beeld’.
Uit Van der Meers commentaar: Het licht van uw afkomst is binnen in u. Dit is geen dogma, ook niet het gevolg van een of andere historische gebeurtenis. Het is eenvoudig een feit. Het licht van uw afkomst is met niets te vergelijken (…) Het is de bron van het eeuwige leven in uzelf en de lichtgestalte die u er leert kennen is uw eigen lichtgestalte. Het is uw werkelijke oorsprong die u in staat stelt u uit uzelf op te richten en u te doen zijn wie en wat u bent.
Het is goed te begrijpen dat er zovele mensen zijn die dit niet kunnen geloven (…) dat ze staan voor het aangezicht van hun eigen afkomst.
(…) De weg tot het licht van uw afkomst is een zeer blijmoedige weg ook al wordt deze blijheid op de proef gesteld en zal soms de duisternis almachtig schijnen. U behoeft u voor tranen niet te generen maar u behoeft zich er ook niet over te verwonderen als zij achteraf vreugdetranen worden.
(…) De weg tot het licht van uw afkomst is een zeer blijmoedige weg ook al wordt deze blijheid op de proef gesteld en zal soms de duisternis almachtig schijnen. U behoeft u voor tranen niet te generen maar u behoeft zich er ook niet over te verwonderen als zij achteraf vreugdetranen worden.
Indien u uit een afgrond omhoog klimt – en het is best mogelijk dat er voor menigeen helemaal geen afgrond meer is – zult u toch eindelijk het zigzagpad van het gebergte bestijgen dat u naar de top voert. D.w.z. de bron van het licht is als top onbereikbaar, maar gaande tot het licht zult u tot lichtgestalte worden. U zult worden wat u bent. Het zal een tocht zijn naar zelf-ontdekking en u zult zeer verwonderd zijn wat u beleeft (…) Het is een ontdekkingsreis. En toch voert de weg door het dagelijkse leven en niemand weet werkelijk iets van u. Deze dingen kan men alleen weten als men ze zelf beleeft en dan is daarin een stil herkennen als van een wonder.
Binnengaan in een nieuwe wereld
In 1970 lanceerde Van der Meer Concept Werkplan 9 - De Hermiet dat hij opdroeg aan vrienden, sympathisanten en belangstellenden in zijn werk: “Ik heb de laatste tijd zuivere richtlijnen ontvangen hoe ik dat moet doen, richtlijnen die voortkomen uit een zeer krachtig, eeuwig bestaand werkingsveld. Dit werkingsveld is voor mij niet alleen een wereld van licht en toenemende vreugde, maar ook van een hoog bestuur, waaraan ik mij stipt houd en waarin ik mij als een geheel eigen leven voel opgenomen.
Ik weet met grote stelligheid dat zij die in staat gesteld worden van de levensboom de vruchten te kunnen nemen en er van uit te delen, ieder op volstrekt eigen wijze opgenomen is in een onsterfelijke broederschap die steeds doende is verlossende krachten in de zichtbare en de onzichtbare wereld uit te zenden, al geschiedt dit nu eenmaal niet onder toezicht en controle van een godsdienstige of wereldse instelling. Wat van deze onsterfelijke broederschap uitgaat, is voor de gehele mensheid en laat zich eenvoudig niet organiseren.
Het binnengaan in een nieuwe wereld is het gevolg van een wilsomkeer, zelf de beschikking nemen over de eigen wil tot keuze en deze geestkracht werkend en vertrouwend richten op de oorsprong van onszelf in ons zelf zodat wij ervaren van welke afkomst wij zijn. Hoe schokkend deze ervaring aanvankelijk ook moge zijn, in werkelijkheid wordt de mens erdoor tot zichzelf terug gebracht en ziet hij door zijn nieuwe ogen in een nieuwe wereld, die hem zo na wordt als het licht de vlam.
Over deze grote verandering zal ik zolang ik nog hier te leven heb spreken en er in woord en geschift vorm aan geven”.De Hermiet – Concept werkplan 9
door B. van der Meer
De hermiet is de negende kaart uit de Tarot, de oer-bijbel der mensen, de alpha en omega van het woord, de woning van de Al-Ene die zich noemt: Ik ben de alpha en de omega, het begin en het einde, Die is, Die was en Die komen zal. Hij vertegenwoordigt Jesod, de negende der tien Sephiroth van de kabbalistische levensboom. Hij houdt in zich werkzaam de Enneade en vormt als zodanig het fundament voor al het wordende, het zaad dat alle potenties bevat voor het “binnengaan in de nieuwe wereld”. Het is het onzichtbare raster waarop de nieuwe wereld onvermoeibaar wordt geweven om als Malkuth in de oude - de tiende Sephiroth - in verschijning te treden.
Hij heeft de beschikking over de staf met zeven knopen. Omdat hij het terrein verkent komt hij slechts langzaam vooruit. Op zijn weg ontmoet hij de slang der egoïstische drijfveren maar vermorzelt haar niet de kop. Integendeel, hij heeft haar opgericht en beschikt nu over de energieën die zij vertegenwoordigt. Zij kan zich opwaarts kronkelen om de staf en wordt op die wijze een genezende en ordenende kracht als die van Aesculapius. De vitale krachten die zij vertegenwoordigt, worden aangewend als medicijn.
Hij behoeft niet in de duisternis te wandelen want een lantaren wijst hem de weg. De wollen mantel die hij draagt beschermt hem tegen schadelijke invloeden; van buiten grijs, van binnen blauw. Als het licht waardoor hij zich laat leiden te sterk mocht worden voor zijn oude ogen, beschermt hij deze met een kap.
Hij heeft aan de mensen een boodschap te brengen en doet dat op bescheiden wijze. Het is niet zijn taak nieuwe dogma’s te smeden en een nieuw geloof te vormen. Hij richt zich niet tot de velen, ofschoon de kracht van zijn ‘kring’ vele mensen werkend en doorstralend bereikt.
Wat van hem uitgaat, doordringt, onderscheidt en demaskeert situaties. Hij kent de genius die verborgen zonden vergeeft en waarvan de mensen vrezen dat zij aan het licht zullen komen. Daarom is hij een zwijger. Hij spreekt geen kwaad. Hij zal de juiste mensen vinden en die zullen een eenheid met hem vormen. Deze eenheid zal niet bewust geconstrueerd zijn in een vereniging, maar zich innerlijk aan de mensen voltrekken, zodat zij zich opgenomen gaan gevoelen in een geest van licht en waarheid, van goedheid, kracht en gezondheid. Hij vormt een middelpunt als een stralingscentrum, eenvoudig omdat hij het zelf is. In zijn mantel kan hij zich terugtrekken tot meditatie en daardoor onverstoorbaar zijn. Hij onttrekt zich aan ordeverstoringen omdat de werkelijke orde die hij vertegenwoordigt, verborgen is en eenvoudig niet vatbaar voor tweedracht. Daarom kan hij naar buiten een strenge indruk maken als hij doende is deze onweerstaanbare kracht in de wereld te ontwikkelen.
De kracht van dat stralingscentrum zal onoverwinnelijk zijn, die allen die hierin vertrouwen hebben dit doen gevoelen, willen en geloven, zodat daarvan vernieuwing en genezing uitgaat, die verheft en vreugde schenkt.
Want in de verborgenheid ontwikkelt zich het zaad der ontmoeting zodat de vrucht niet grijpbaar is voor wereldse samenzweerders. Hij zal meehelpen aan formidabele gebeurtenissen, waarvan de mensen de gevolgen in grote veranderingen zullen ondervinden, die ruimte en vervulling geven aan de ziel. Hij is een transformerend agens die het binnengaan in de nieuwe wereld helpt voorbereiden. Hij is onbekommerd over de meningen die anderen over hem hebben omdat hij zichzelf in zijn oorsprong heeft gevonden. Daarom kent hij geen vrees”.
-----------------------------------------------------------------------
Noten
*) De hang naar drugs bewijst, dat het elementaire in het leven ontbreekt! Interview van Jos Dumont met B. van der Meer in Jeugdwerk Nu, 3e jaargang, nummer 16, 20 september 1971.**) Commentaar op het Thomas Evangelie, door Barend van der Meer, uitg. Mirananda, Wassenaar, 1984
Afbeelding L'hermite, ontleend aan Oswald Wirth,’ Le Tarot des Imagiers du moyen age’, 1927, “Le Symbolism”, Emile Nourry, Paris